Eerste lambik komt niet uit Lembeek.

Van de tegenwoordig geprezen Brusselsche bieren die men Faro, Lambiek, zelfs Geuze-lambiek noemt, was er over twee eeuwen nog geene spraak, en men weet niet wel waarom die bieren met die namen bestempeld zijn geworden.         [J.F. Kieckens  1897]

Bovenstaand citaat gaat bijna 120 jaar terug in de tijd. Het is opmerkelijk dat men toen al niet meer wist hoe de bieren faro, lambik en geuze precies hun namen hadden gekregen. Het tijdstip dat het citaat werd opgetekend lag immers nog een pak dichter bij het eigenlijke ontstaan van de bieren.

Recent menen sommigen wel de ware toedracht te kennen van hoe lambik zijn naam kreeg. Het bier dankt zijn naam aan het dorp Lembeek, vandaag deelgemeente van Halle maar tot vóór de Franse Periode een vrijheid in de Zennevallei waar geen accijnzen werden geheven op de productie van bier en jenever.

Maar een eenvoudige tijdslijn zal aantonen dat de vroegste vermelding van het bier niet in Lembeek maar wel in Brussel valt! In wat volgt wordt duidelijk hoe toeristen en bierliefhebbers van over de hele wereld op het verkeerde been worden gezet.

De Lembeek-lambiktheorie.

De verklaring voor lambik uit Lembeek is inmiddels wijd verspreid. Zo prijkt ze op de tegelwand in het bezoekerscentrum de Lambiek in Beersel en neemt ook bierauteur Jef Van den Steen ze over. Maar de vurigste verdediger van de theorie is met voorsprong Frank Boon, brouwmeester van de gelijknamige lambikbrouwerij in Lembeek. Hij zette zijn theorie in 2010 uiteen tijdens een lezing in het Museum of Art van de universiteit van Pennsylvania (USA). Het videoverslag is HIER te vinden. In het boek In Brussel ge(s)maakt uit 2013, vertelt Frank Boon het verhaal  als volgt:

Brussel ge(s)maakt” In Lembeek, thans een deelgemeente van Halle, waren het brouwen van bier of het stoken van jenever vroeger vrij van rechten. […] Tijdens de Franse overheersing was het stoken van alcohol verboden. Bier mocht enkel nog gebrouwen worden als er accijnzen op werden betaald. In Lembeek brouwde en stookte men in dezelfde ketels. Om te kunnen stoken plaatsten ze een hoed – alambic in het Frans – op de ketel. Het stoken van jenever bracht veel meer op, wat illegaliteit in de hand werkte. Bij een controle beweerden de stokers dan dat ze bier vervaardigden. De hoed was zogezegd nodig om hun bier te kunnen maken: ”c’est une bière ce qui fait allambique”. Zo zijn er proces-verbalen opgemaakt die “La lambic est encore chaude” vermeldden. Ze bedoelden hiermee dat ze hadden vastgesteld dat de ketel nog warm was. Maar ‘La Lambic’ kon zowel slaan op de ‘alambic’ (het distilleertoestel) als op ‘bier van Lembeek’. Mogelijk gebruikten omgekochte controleurs deze verwarrende benaming om te misleiden en is hieruit de naam lambiek ontstaan. “

Bier uit de alambic.

Het moet in principe mogelijk zijn om met een distilleerinstallatie bier te brouwen. De eerste stappen in het productieproces zijn immers dezelfde: de vergistbare suikers uit het (brouw)graan oplossen in de beslagkuip, het verkregen wort inkoken en laten afkoelen, en tot slot de gist eraan toevoegen. Eens de suikers door de gist omgezet in alcohol wordt bier verkregen of jenever, na distillatie van de alcohol.

Maar het ‘bier’ dat in een stokerij werd gemaakt, kon onmogelijk lambik zijn geweest! Stokers hadden er namelijk alle belang bij de vergisting zo snel mogelijk te laten plaatsvinden. Hoe sneller de suikers waren omgezet in alcohol, hoe sneller het distilleren kon beginnen. Er werden dan ook grote hoeveelheden opgeloste gist aan het wort toegevoegd. Veruit het belangrijkste kenmerk voor lambik is dat de brouwer zelf geen opgeloste gist toevoegt. Hij laat het lambikwort tijdens het afkoelen bevruchten door de wilde gisten uit de omgeving. De daaropvolgende vergisting neemt maanden tot zelfs jaren in beslag.

Dat in stokerijen en meer in het bijzonder in de Lembeekse ook lambik werd gebrouwen, is met andere woorden zeer onwaarschijnlijk. Ze bezatten daarvoor simpelweg ook niet het juiste materiaal. Stokerijen waren enkel uitgerust met kookketels en vergistingskuipen, maar hadden geen koelschip. Die uitgestrekte platte bak is net belangrijk voor de productie van lambik. Volgens de schattingsverslagen die voor de opstart van de administratie van het kadaster werden gemaakt, bezat geen van de Lembeekse stokerijen een koelbak.

Bier van Lembeek.

Ook concrete aanwijzingen voor een gerenommeerd ‘bière de Lembecq’ heb ik nog niet gevonden. Er werd net als in de omliggende dorpen ongetwijfeld ook in Lembeek bier gebrouwen. Maar het had zeker niet de faam of reputatie van bijvoorbeeld het Hoegaards bier. Hoegaarden had net als Lembeek een bijzonder rechtsstatuut binnen het oude hertogdom Brabant. Jan Baptist Vrancken vermeldt in zijn overzichtswerk uit 1828 Lembeek ook niet als bijzonder productiecentrum van bier. Voor bijvoorbeeld Wetteren, een dorp nabij de stad Gent, beschrijft Vrancken wel wat het bier daar bijzonder maakte. Maar hij rept dus met geen woord over Lembeek.

Dat ‘lambik’ zou voortkomen uit een vreemde uitspraak van de naam van het dorp, wordt door taalkundigen als ‘minder waarschijnlijk’ afgedaan. Het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands (M. PHILIPPA ea. 2003-2009) vermeldt onder het lemma lambiek : […] Een andere, minder waarschijnlijke verklaring is dat het zou gaan om bier uit Lembeek, tot 1795 een vrije heerlijkheid zonder tolrechten en accijnzen, waar dus veel brouwers en alcoholstokers gevestigd waren; lambiek zou dan ontstaan zijn via de Franse uitspraak van Lembeek, maar de i is daarmee niet goed te verklaren.

Op zoek naar de eerste lambik.

Maar volgens Frank Boon ligt de oorsprong van de lambik dus toch in ‘zijn’ Lembeek. Nadat de Franse bezetter een algemeen brouw- en stookverbod had afgekondigd, zouden de Lembeekse stokers de controleurs om de tuin hebben geleid. Bij een inval verklaarden de stokers dat ze geen jenever aan het distilleren waren, maar dat de hoed op de ketels (de alambic dus) strikt noodzakelijk was voor het brouwen van het lokale bier. De uitleg van Frank Boon impliceert met andere woorden dat de vroegste vermelding van lambikbier én in Lembeek én na de invoering van het brouw- en stookverbod moet vallen.

In 1994 lieten een aantal lambikbrouwers die zich later zouden verenigen in HORAL, een studie uitvoeren door historicus Thierry Delplancq. De studie diende de Europese erkenning van lambik en afgeleide bieren als traditioneel product te ondersteunen. Delplancq kon tijdens zijn archiefonderzoek de hand leggen op een oude procesbundel. De rechtszaak voor de Brusselse rechtbank draaide om de betaling van vier tonnen bierre d’allambique. Catherina Gelijns, weduwe van de Brusselse brouwer Pierre Charles Van Assche, legde haar verklaring in de zaak af op ‘1 frimaire jaar III’. De vermelding wordt ook aangehaald op de webstek van HORAL, helaas zonder weergave van de precieze datum.

Vermelding van ‘bierre d’allambique’ in de getuigenverklaring van de weduwe Van Assche, Brussels brouwer, gedagtekend 1 frimaire jaar III. (c) lambik1801.be

Vermelding van ‘bierre d’allambique’ in de getuigenverklaring van de weduwe Van Assche, Brussels brouwer, gedagtekend 1 frimaire jaar III. (c) lambik1801.be

De data van het afgekondigde stookverbod en de bijhorende processen verbaal van inbreuk uit Lembeek dienen dus afgewogen tegen de vermelding in Brussel. Het algemeen brouw- en stookverbod dat door de Franse bezetter was uitgevaardigd, werd in Lembeek door het plaatselijke Comité de Surveillance ingevoerd op ‘3 nivôse jaar III’. Maar wie was nu eerst: Brussel of Lembeek?

Alles op een rijtje.

Tijdens de Franse Periode werd tussen 1793 en 1806 een nieuwe tijdrekening gehanteerd. In de zogenaamde Republikeinse kalender telde een jaar 12 maanden, elke maand 3 weken en elke week 10 dagen. De maanden ook kregen nieuwe namen: Vendémiaire, Brumaire, Frimaire enz.

Dat de maand januari de maand juli voorafgaat, weet het kleinste kind. Maar valt frimaire vóór of na nivôse? De modale bierliefhebber of toerist verliest hier elk referentiekader.  Veiligheidshalve gaat hij dan maar mee in het verhaal zoals hem dat door brouwers, bierauteurs en gidsen wordt verteld. Maar ik heb voor u de data volgens de Franse tijdrekening omgerekend naar de hedendaagse standaard.

tabel

Dit overzicht maakt duidelijk dat de vroegste vermeldingen van de naam lambik als bier niet in Lembeek vallen maar wel binnen de Brusselse stadsmuren. De vermelding in de tabel met de maximumprijzen (10 sept 1794) wordt niet aangehaald in de standaardwerken over lambik en geuze van Jef Van den Steen. Dat is dus een bijkomend argument tégen de Lembeek-lambiktheorie. Maar de datum in het proces tegen de Brusselse brouwer Van Assche was auteurs, erfgoedwerkers en gidsen wel degelijk bekend. En deze valt nog een maand eerder dan de afkondiging van het brouwverbod in Lembeek. De datum van het proces verbaal uit Lembeek met ‘la lambic’ valt zelfs 20 maanden ná de vroegste vermelding uit Brussel. Waarom gaan ze dan toch met zijn allen mee in het verhaal van Frank Boon?

Besluit.

delambiek

Tegels op de tijdslijn in het bezoekerscentrum de Lambiek in Alsemberg. Boven het proces verbaal van de inbreuk op het stookverbod in Lembeek, met datum 20 maanden na de vroegste referentie in Brussel.

De Lembeek-lambiktheorie moet net als het vermeende Halse brouwrecept uit 1559 gezien worden als een marketingoffensief om de oorsprong van de lambikbieren in het Pajottenland en de Zennevallei te leggen. Het gros van de nog actieve lambikbrouwerijen bevindt zich immers actueel op het platteland rond Brussel. Maar de historische feiten ondersteunen dat marketingverhaal dus niet. Volgens de huidige stand van het onderzoek valt de vroegste vermelding van de naam lambik tot tweemaal toe binnen de Brusselse stadsmuren en niet in Lembeek.

Dat dit fantasierijke marketingverhaal zonder enige kritische duiding terechtkomt in (wetenschappelijke) erfgoedpublicaties zoals het bovenvermelde boek In Brussel ge(s)maakt? of op de tijdslijn in het bezoekerscentrum De Lambiek , stemt tot nadenken. Het getuigt van weinig respect voor lezers of bezoekers die oprecht geïnteresseerd zijn in de ware geschiedenis van de lambik. Ons brouwerfgoed hoort ons allen toe en is te belangrijk om zo maar uit handen te geven aan brouwers-marketeers.

(c) lambik1801.be

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized en getagged met . Maak dit favoriet permalink.