Geschiedenis versus marketing 1 – brouwerij Lindemans uit Vlezenbeek.

Dirk en Geert Lindemans klinken op de

Dirk en Geert Lindemans klinken op de 200ste verjaardag van hun brouwerij tijdens de Toer de Geuze 2011. (c) sint-pieters-leeuw.eu

Toen brouwerij Lindemans in 2011 met allerhande acties naar buiten trad om haar 200ste verjaardag te vieren, trok dat mijn aandacht. Tot kort daarvoor hielden ze er immers nog het jaartal 1809 aan als formele start van de brouwerij. Ik besloot me in de zaak te verdiepen en na enig aandringen moesten ze bij Lindemans toegeven dat niet goed wisten waarop zowel het jaar ‘1809’ als ‘1811’ eigenlijk op gebaseerd waren. Mijn eigen onafhankelijk archiefonderzoek bracht een heel ander verhaal aan het licht.

Wat voorafging.

In het standaardwerk Geuze en Kriek, de champagne onder de bieren uit 2006, vertelt Jef
Van den Steen het verhaal van brouwerij Lindemans nog als volgt:

“Acht jef van den steengeneraties geleden, in 1809, exploiteerde de familie Lindemans al een boerderij in Vlezenbeek, het Hof ter Kwade Wegen. […] Hof ter Kwade Wegen werd rond 1655 uitgebaat door Jan Van Overstraeten (1615-1671), die naast landbouwer ook brouwer was. […] De boerderij-brouwerij werd door deze familie Van Overstraeten verder uitgebaat van vader op zoon: Jan II vanaf 1680, Dionys vanaf 1730 en Jan III vanaf 1773. De familie Lindemans doet haar intrede op het Hof wanneer Frans Lindemans (1752-1830) er in 1780 introuwt; vanaf 1809 neemt hij de zaak van zijn schoonvader over. Hij werd in 1767 na het beëindigen van zijn studie in Geel meier van het laathof van Arckel. Een meier is een soort bestuurlijk-rechterlijk ambtenaar van de landheer van Gaasbeek. Hij wordt opgevolgd door zijn enige zoon Joos-Frans (1792-1861) – er waren ook nog vijf dochters – die in 1822 huwde met Françoise-Josyne van der Smissen. […] “

Op onderzoek.

Toen ik een aantal gegevens uit bovenstaande passage besloot te controleren, bleek al gauw dat Frans Lindemans nooit gehuwd was geweest met een dochter van brouwer Jan Van Overstraeten. Ook geboorteakten van kinderen van het ‘vermeende’ koppel waren in de Vlezenbeekse registers niet te vinden. De meier van het laathof bleek niet Frans Lindemans ‘de brouwer’ te zijn, maar wel zijn oom die eveneens in Vlezenbeek woonde. Voor de stichtingsjaren 1809 of 1811 kon ik geen verklaring vinden, ook niet bij navraag bij de brouwerij zelf.

etiket

Bieretiket met verwijzing naar het stichtingsjaar ‘1811’ van de brouwerij.

De historiek van brouwerij Lindemans lijkt dus behoorlijk aangedikt met invloedrijke personen en een geschiedenis die terug zou reiken tot minstens 1655. Maar in werkelijkheid heeft brouwerij Lindemans niets van doen met de familie Van Overstraeten. Het Vlezenbeekse gehucht Kwadewegen telde namelijk ooit twee brouwerijen. Brouwerij Van Overstraeten was de oudste en was al aan de slag in 1621. Lindemans vindt haar oorsprong in een jongere brouwerij, die in handen was van de familie Van Dorselaer.

Mijn bevindingen werden in augustus 2011 gepubliceerd in de Zytholoog, tijdschrift voor de Belgische biercultuur. In het boek Geuze en Kriek het Geheim van de Lambiek dat later datzelfde jaar verscheen, heeft Jef Van den Steen zijn bovenstaand verhaal over de familie Van Overstraeten in alle stilte afgevoerd. Het is mij evenwel niet duidelijk waarom hij in de fiche die de kerngetallen van de brouwerij weergeeft (p.103), toch blijft vasthouden aan het jaartal 1809 als stichtingsdatum.

Derde keer, goede keer?

lindemans1822Na mijn publicatie in de Zytholoog veranderde brouwerij Lindemans andermaal van stichtingsdatum. Op haar webstek, bieretiketten en promomateriaal prijkt voortaan ‘anno 1822’, verwijzend naar het jaar waarin landbouwer Joos-Frans Lindemans huwde met brouwersdochter Françoise-Josine Vandersmissen. De huidige generatie Lindemans zet daarbij sterk in op hun eigen familienaam. De historiek van hun bedrijf wordt met andere woorden toegespitst op de mannelijke naamdragers Lindemans. Zij kiezen er duidelijk voor om een verhaal te brengen waarbij hun voorvader Joos-Frans Lindemans als grondlegger van het bedrijf wordt voorgesteld. Zijn kennis en ervaring wordt dan ondertussen al zes generaties lang van vader op zoon Lindemans doorgegeven, zo gaat althans hun verhaal.

Maar hun keuze is vooral ingegeven vanuit marketingoverwegingen, ter ondersteuning van het merk ‘Lindemans’. Een hele reeks vrouwelijke voorouders die de huidige generatie brouwers voorafgingen, wordt daardoor doodgezwegen. Misschien nog wel het meest van alle actieve lambikbrouwerijen, zijn het bij Lindemans net die vrouwen die ervoor zorgden dat het brouwersbloed werd doorgegeven.

Ondernemende vrouwen.

Op het Hof te Kwade Wegen was aanvankelijk naast het landbouwbedrijf enkel een herberg gevestigd. De naburige brouwerij van de familie Van Overstraeten draaide op dat ogenblik al op volle toeren. Brouwerij ‘Lindemans’ moet van start zijn gegaan in het laatste kwart van de 17de eeuw. Bijkomend archiefwerk kan deze datum mogelijk nog verfijnen. Volgens de huidige stand van mijn onderzoek, zijn Antoon Van Nechel en Marie Cuerens de vroegst gekende brouwers op de site. Ze waren afkomstig uit Sint-Martens-Lennik, waar de familie Van Nechel een grote brouwerij uitbaatte. In de brouwerij in Vlezenbeek konden brouwsels van 10 hl. worden gemaakt.

Opeenvolgende eigenaars van de brouwerij 'Lindemans' (c) Lambik1801

Opeenvolgende bloedverwanten-eigenaars van  brouwerij ‘Lindemans’
(c) Lambik1801

Toen Antoon Van Nechel in 1713 plotseling overleed, besloot zijn weduwe de brouwerij verder te zetten. Ze hertrouwde 3 maanden later met Jacobus Van Dorselaer, afkomstig uit Malderen. Ook Jacobus overleed nog vóór zijn kinderen de volwassen leeftijd hadden bereikt. Zijn weduwe kwam er opnieuw alleen voor te staan maar zette toch door, tot haar zoon Hendrik Van Dorselaer kort na zijn huwelijk in 1743 de brouwerij overnam.

Deze Hendrik overleed in 1780. Zijn weduwe Maria Anna Bosquet zette op haar beurt de brouwerij nog enkele decennia alleen verder, tot ze het bedrijf overliet aan haar jongste dochter Maria-Anna Van Dorselaer. Zij huwde met Pieter-Jozef Vandersmissen en behield van hem één dochter Francisca-Judoca, die dus in 1822 zou huwen met Joos-Frans Lindemans.

Zowel Maria-Anna Van Dorselaer als de volgende generatie Francisca-Judoca Vandersmissen huwden met een landbouwerszoon uit het dorp. Die moesten dan telkens de knepen van het brouwersambacht op het bedrijf van hun schoonouders leren. Zo ook Joos-Frans Lindemans, die naar voren wordt geschoven als stichter van het familiebedrijf.

Meer recent mag ook de rol van Alice De Voghel (1902-1999), vrouw van Emiel Jozef Lindemans en grootmoeder van de huidige generatie brouwers, niet onderbelicht blijven. Toen haar man in 1956 overleed waren haar zonen Nestor en René nog minderjarig. Zij koos resoluut om de brouwerij verder te zetten en sprak een externe brouwer aan om de activiteiten verder te zetten tot één van de zonen voldoende onderlegd was om het van hem over te nemen. Nog een sterke vrouw op het Hof te Kwade Wegen dus.

Een vreemde eend.

Door zijn huwelijk in 1822 met Francoise-Josine Vandersmissen trouwde Joos-Frans Lindemans dan wel in het Hof te Kwade Wegen in, zijn schoonmoeder zwaaide er wel nog 7 jaar de plak. Maar eerst in 1829 droeg ze het bedrijf over aan Joos-Frans, zoals blijkt uit belastingkohieren uit die tijd. Het zou evenwel nog tot 1864 duren eer het Hof te Kwade Wegen met de brouwerij ook daadwerkelijk in handen kwam van een Lindemans.

Jef Van den Steen wil die overdracht voorstellen als zou betovergrootvader Joos Frans ‘duc’ na de dood van zijn vader de brouwerij in rechte afstamming verderzetten. “Wanneer hij [Joos Frans I] in 1865 sterft, was alleen zijn zoon Joos Frans [II] geïnteresseerd om de zaak verder te zetten.” zo schrijft hij. De waarheid is echter dat een broer van deze Joos Frans II, Leopold Lindemans, door zijn moeder werd aangeduid om de hoeve met de brouwerij verder te zetten. In een verhaal waarbij de brouwerij telkens van vader op zoon zou zijn doorgegeven, is hij dan ook een beetje de vreemde eend in de bijt.

Op 20 juni 1864 kwam Leopold Lindemans officieel in het bezit van de gebouwen en het bedrijf. De betovergrootvader van de huidige generatie Lindemans, Joos-Frans ‘duc’, was 5 jaar eerder naar Sint-Gertrudis-Pede verhuisd. Hij trouwde er in op een hoeve van zijn schoonouders en zou daar dus een landbouwbedrijf uitbouwen. “Voorbestemd” of “als enige geïnteresseerd” om de brouwerij in Vlezenbeek verder te zetten was hij dus in geen geval.

Maar op 30 november 1866 kwam Leopold Lindemans onverwacht te overlijden, amper 33 jaar oud. Op 15 mei 1867 nam Joos-Frans ‘duc’ het bedrijf van zijn broer over. De gebouwen met de brouwerij kwamen pas in 1869 in zijn bezit. Kort daarna liet hij als nieuwe eigenaar grote verbouwingswerken aan het pachthof en de brouwerij uitvoeren.

Besluit.

Uit dit eerste artikel in een reeks over de geschiedenis van de eigenlijke lambik-brouwerijen, mag blijken dat wat die brouwerijen als historiek van hun bedrijf aanhouden niet altijd strookt met de historische werkelijkheid.

Nog meer dan voor andere familiebedrijven blijkt voor brouwerijen de “Anno” op het bieretiket een ware fetish. Brouwerij Lindemans veranderde op drie jaar tijd even vaak haar stichtingsdatum. Na de foutieve jaartalen 1809 en 1811, is het thans gehanteerde ‘anno 1822’ ook slechts een mijlpaal in een veel langere geschiedenis. Die mijlpaal verwijst dan naar de familie Lindemans en niet naar de voorgaande bloedverwanten op het hof te Kwadewegen.

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized en getagged met . Maak dit favoriet permalink.