Geschiedenis versus marketing 2 – brouwerij Boon uit Lembeek.

Voor de historiek van de lambikbrouwerijen hanteer ik voor alle brouwerijen een uniform uitgangspunt. Ik tracht de oorsprong te achterhalen van de brouwactiviteiten op de site waar de brouwerij vandaag nog actief is. Of nog: hoelang wordt op de vestingplaats al (onafgebroken) gebrouwen en wie waren de opeenvolgende eigenaars en brouwmeesters?

Pakhuizen van de voormalige stekerij De Vits langs de Edingense Steenweg 777A. (c) Google Maps

Pakhuizen van de voormalige stekerij De Vits langs de Edingense Steenweg 777A. (c) Google Maps

Boon brouwt sinds 1990 op de locatie in het centrum van Lembeek (Fonteinstraat 65). In 1977 had Frank Boon eerst de geuzestekerij van Réné De Vits overgenomen, gelegen in het gehucht Hondzocht, Edingense Steenweg 777A. In 1985 verhuisde hij de geuzestekerij naar een ruimer pand in de Fonteinstraat om er dus 5 jaar later ook zelf te brouwen. De magazijnen van De Vits bleven wel in gebruik.

Frank Boon vertelt de historiek van zijn bouwerij aan de hand van de gebouwen langs de Edingense Steenweg. Daar was tot het tweede kwart van vorige eeuw inderdaad lambikbrouwerij Troch actief. Volgens Boon reikt de geschiedenis van die brouwerij wel 335 jaar terug in de tijd, tot 1680. Ze ontstond als een kleine, ambachtelijke  activiteit op een boerderij. De natuurlijke band tussen de lambik en het land dat de ingrediënten voor het bier voortbracht wordt hierdoor extra in de verf gezet. Nog volgens Boon lag de familie Claes aan de basis van zijn brouwerij. Haar ondernemingen groeiden uit tot de grootste van het land. En als kers op de taart speelt dit alles zich ook af in het dorp dat zijn naam aan de lambik zou hebben geschonken. Zo’n historiek is met andere woorden een godsgeschenk voor iedere marketeer.

Helaas heeft dit prachtige verhaal maar weinig van doen met brouwerij Boon. Zet u schrap voor andermaal een geschiedkundige dwaling.

Het marketingverhaal.

gkl2011Voor de promotie van zijn bedrijf vond Frank Boon een bondgenoot in bierauteur Jef Van den Steen. In zijn standaardwerk over geuze en lambik uit 2011 gaat Van den Steen opmerkelijk uitvoerig in op de ontstaansgeschiedenis van de brouwerij. Door de veelheid aan historische feiten krijgt de lezer-bierliefhebber alvast de indruk dat de auteur met kennis van zake spreekt en dat brouwerij Boon inderdaad stevige historische fundamenten heeft. Omwille van de lengte zijn hierna enkel de belangrijkste citaten overgenomen. Wie het boek ter hand kan nemen, kan het volledige verhaal lezen op pp. 58-59.

“De oudste sporen van wat nu brouwerij Boon heet, vinden we terug in 1680. In dat jaar kocht Jean Claes een boerderij annex brouwerij op het gehucht Hondzocht […] In 1708 komt de zoon Jean Baptiste Claes in de zaak. […] Voor de aanleg van de nieuwe ‘steenweg naar Edingen’ in 1770 moest de brouwerij-stokerij afgebroken worden. Er werden toen nieuwe gebouwen opgetrokken langs deze nieuwe kasseiweg. Een deel van deze gebouwen bestaat nog steeds. […] De familie Claes verhuurde in 1809 hun brouwerij-stokerij aan Jean-Baptiste Paul. Diens zoon, Louis slaagde er in 1860 in de brouwerijgebouwen en de installatie aan te kopen. Hij legde zich vervolgens toe op het brouwen van lambik en bruin bier. […]. ” 

Hoe het brouwerij Boon echt verging.

Hoeve Cottom of Cuisinaire, Edingense Steenweg 812. Voormalig pachthof met stokerij van de familie Claes. In één van de zijgevel zou zich de inscriptie 'IBC 1812' bevinden, als verwijzing naar de opdrachtgever Jan Baptist Claes. (c) Google Maps

Hoeve Cottom of Cuisinaire, Edingense Steenweg 812. In één van de zijgevel zou zich de inscriptie ‘IBC 1812’ bevinden, als verwijzing naar de bouwheer Jan Baptist Claes. (c) Google Maps

We pikken de draad terug op bij de familie Paul, die we als grondleggers van de hedendaagse brouwerij Boon mogen beschouwen. Jean Baptiste Paul pachtte van de familie Claes inderdaad een groot pachthof langs de Edingense Steenweg. Alleen, deze hoeve lag niet ter hoogte van de gebouwen van brouwerij Boon (nr. 777A) maar wel meer dan een kilometer verderop richting Saintes (nr. 812)! Dat voormalige pachthof van de familie Claes staat vandaag bekend als hof ‘Cottom’ of ‘Cuisinaire’.

Dat Jean Baptiste Paul of zijn zoon Louis Philippe in 1860 een 180 jaar oude hoeve mét brouwerij – doelend op het huidige pakhuis van Boon dus – van de familie Claes kochten is gewoonweg verzonnen. De voorgeschiedenis van de familie Claes van 1680 tot 1860 heeft met andere woorden niets van doen met brouwerij Boon. De brouwerij is in werkelijkheid 200 jaar jonger dan Frank Boon en Jef Van den Steen ons willen doen geloven. Ze ontstond ook niet als nevenactiviteit op een landbouwbedrijf, maar zag het levenslicht als een grootschalig, eerder geïndustrialiseerd initiatief.

De huidige pakhuizen Boon langs de Edingense Steenweg 777A in 1837 : enkel weiland en een stal. Van een brouwerij nog geen enkel spoor. (c) Lambik1801

De huidige pakhuizen Boon langs de Edingense Steenweg 777A in 1837 : enkel weiland en een stal. Van een brouwerij is geen sprake. (c) Lambik1801

De voormalige brouwerij Paul – later Troch – werd pas 140 jaar terug van nul opgericht. De enige drank die er tot dan geproduceerd werd was … karnemelk! Het perceel omvatte namelijk enkel weiland en een landgebouw met schuur, wagenhuis en stallingen. Jean Baptiste Paul en zijn echtgenote kochten het goed in 1818 van de eigenaar van de hoeve aan de overzijde van de steenweg. Aan die hoeve was overigens wel een brouwerij verbonden, maar die zou iets na 1850 definitief sluiten.

De volgende generatie Paul, ook een Jean Baptiste, kreeg het weiland met het landgebouw in handen na het overlijden van zijn ouders. Hij zou het gebouw met een deel van de grond verkopen aan Charles-Louis Bert, om het dan later, in 1853, terug te kopen. In tussentijd had Bert een huis met herberg naast de schuur gebouwd.

Het was uiteindelijk de weduwe van Jean Baptist Paul, Sidonie Toubeau, die maar eerst in 1873 de brouwerij liet bouwen. Een jaar later werd de brouwinstallatie al in gebruik genomen, terwijl nog volop verder werd gebouwd aan opslagruimte om de tonnen bier te stockeren. Na het overlijden van moeder Sidonie in 1894 kwam de brouwerij voor het grootste deel in handen van haar zoon Louis Philippe Paul, die naast brouwer ook burgemeester van Lembeek was.

Laat ook duidelijk wezen dat wanneer de familie Paul in 1874 haar brouwerij langs de Edingense Steenweg startte, dat met de intentie was om de boerenstiel achter zich te laten. Ze bewerkte ze nog wel wat land en produceerde nog zuivel, maar dat was dan eerder voor eigen gebruik. Het was zeker niet langer hun belangrijkste bron van inkomsten. Dat was voortaan de brouwerij. De vaste uitrusting omvatte drie kookketels, twee beslagkuipen, twee koelbakken, vier pompen en een eigen schrootmolen. In de kelders en de magazijnen lagen niet minder dan 1.092 tonnen bier. Vijf bierkarren stonden ter beschikking om de tonnen te vervoeren.

In 1895 liet Louis Paul de brouwerij over aan de maatschappij Troch. Die zou de brouwerij en de pakhuizen nog verder uitbreiden. Zo werd er in 1907 een nieuwe brouwzaal in gebruik genomen, met roerwerk aangedreven door een stoommachine. Die ’nieuwe’ brouwinstallatie bevond zich in het huidige pakhuis. De oorspronkelijke brouwzaal van de familie Paul is inmiddels jammer genoeg gesloopt.

Besluit.

Brouwers en hun verleden: het blijkt andermaal een moeilijke combinatie. Met een ontstaansgeschiedenis die terug zou reiken tot 1680, kon brouwerij Boon zich als één van de oudste lambikbrouwerijen profileren. In werkelijkheid blijkt ze 200 jaar jonger en ging ze pas goed van start in 1874. Geheel in de tijdsgeest werd er op een gestructureerde en grote schaal bier geproduceerd.

Van een romantiserend beeld van de landbouwer-brouwer was geen sprake. De brouwer was in de eerste plaats ondernemer. Wat haar ontstaan betreft vertoont Brouwerij Boon grote gelijkenissen met brouwerij De Ster -thans Belle-Vue- in Sint-Pieters-Leeuw. Die werd eveneens zonder voorgaande opgericht om op grote schaal lambik, faro en meerts te produceren. Brouwerij De Ster is wel nog goed 50 jaar ouder dan Boon.

Het bovenstaande moet ons ook doen nadenken over de rol van bierauteurs bij het ontsluiten van ons brouwerfgoed. Zijn zij wel in staat om zich onafhankelijk en kritisch op te stellen ten aanzien van brouwerijen? Als ze slaafs zo maar alles overnemen wat hen door diezelfde brouwerijen op een dienblaadje wordt gepresenteerd, wat is dan de meerwaarde van die bierauteurs naar hun lezers toe? Bierliefhebbers kunnen dan net zo goed – gratis – reclamefoldertjes lezen.

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized en getagged met . Maak dit favoriet permalink.